Les maisons communales bruxelloises

L’hôtel communal de Woluwe-Saint-Pierre | Het gemeentehuis van Sint-Pieters-Woluwe

Durant la première moitié du XIXe siècle, l’administration de la commune rurale de Woluwe-Saint-Pierre ne possède pas de locaux propres. La place des Maïeurs est l’un des endroits les plus anciens de la commune, et c’est là que sera bâtie la première maison communale, en 1860 (à l’angle des actuelles rues Louis Thys et René Declercq), qui servira aussi d’école communale (l’avenue Charles Thielemans n’était pas encore tracée). Il s’agit d’une sobre maison de briques rouges et sa façade est de style flamand à pignons. Les besoins administratifs grandissant, elle fut détruite en 1958.

In de eerste helft van de XIXe eeuw beschikte het bestuur van de landelijke gemeente Sint-Pieters-Woluwe niet over een eigen kantoorruimte. Het Meiersplein is één van de oudste locaties van de gemeente en het is daar dat het eerste gemeentehuis in 1860 zal worden gebouwd (op de hoek van de huidige Louis Thys- en René Declercq-straat), dat ook als gemeentelijke school zal dienen (de Charles Thielemanslaan was nog niet getraceerd). Het is een sober rood bakstenen huis met een gevel in de Vlaamse stijl met puntgevel. Aangezien de administratieve behoeften toenamen, werd het in 1958 vernietigd.

[Ancienne maison communale (1860 – 1958), Archives communales de Woluwe-Saint-Pierre | Voormalig gemeentehuis (1860 – 1958), Gemeentearchieven van Sint-Pieters-Woluwe]

 

L’augmentation spectaculaire de la population de la commune au cours du XXe siècle entraîne une expansion constante des services administratifs. Ceux-ci se retrouvent rapidement éparpillés dans différents immeubles de bureaux, des locaux fort modestes comparés aux prestigieuses villas qui se construisent dans la commune.

De spectaculaire toename van de bevolking van de gemeente in de XXste eeuw leidde tot een voortdurende uitbreiding van de administratieve diensten. Ze zijn snel verspreid over verschillende kantoorgebouwen, zeer bescheiden in vergelijking met de prestigieuze villa’s die in de gemeente worden gebouwd.

Malgré la construction de nouveaux bâtiments administratifs, le projet d’un véritable hôtel communal revient toujours à l’esprit des autorités communales afin de regrouper les services communaux dispersés : police, bibliothèque communale, contrôle des chômeurs, etc. Et de faire face à l’augmentation constante de la population: près de 1 000 habitants par an vers 1950. D’autre part, il est hautement souhaitable de pouvoir disposer d’un centre culturel qui pourrait accueillir les spectacles et expositions, pour lesquels il manque cruellement de locaux adéquats. L’emplacement du nouvel hôtel communal fait l’objet de discussions et d’hésitations sans fin. Il est longuement débattu, sur base de son accessibilité et du prix des expropriations éventuelles. L’emplacement actuel est finalement choisi le 2 février 1948.

Ondanks de bouw van nieuwe administratieve gebouwen komt het project van een echt stadhuis steeds weer terug bij de gemeentelijke autoriteiten om de versnipperde gemeentelijke diensten samen te brengen: politie, gemeentelijke bibliotheek, controle van de werklozen, enz. En om het hoofd te bieden aan de voortdurende bevolkingsgroei: bijna 1.000 inwoners per jaar rond 1950. Anderzijds is het zeer wenselijk om een cultureel centrum te hebben dat shows en tentoonstellingen kan organiseren, waarvoor er een ernstig gebrek is aan geschikte ruimtes. De locatie van het nieuwe gemeentehuis is het voorwerp van eindeloze discussies en aarzelingen. Het wordt uitvoerig besproken op basis van de toegankelijkheid en de prijs van eventuele onteigeningen. De huidige locatie werd uiteindelijk gekozen op 02.02.1948.

[Emplacement de l’actuel hôtel communal, Archives communales de Woluwe-Saint-Pierre | Locatie van het huidige gemeentehuis – gemeentearchieven van Sint-Pieters-Woluwe]

 

L’arrêté royal du 31 janvier 1949 approuve un plan général d’alignement et d’expropriation des terrains choisis, situés dans une forte dépression en cuvette entre les rues Paul Lancsweert, Louis Ceusters et François Gay et l’avenue Charles Thielemans. Les terrains servent alors à la culture maraîchère. Ils sont acquis ou échangés en 1949 et 1950. D’autres sont expropriés au terme d’une procédure judiciaire qui n’aboutira qu’en 1952.

Het koninklijk besluit van 31.01.1949 keurde een algemeen rooilijnplan en een plan van onteigening van de geselecteerde gronden goed, gelegen in een sterke depressie in een dal tussen de Paul Lancsweertstraat, de Louis Ceustersstraat, de François Gaystraat en de Charles Thielemanslaan. Toen werden de gronden gebruikt voor de groenteteelt. Ze werden in 1949 en 1950 verworven of geruild. Anderen werden onteigend na een gerechtelijke procedure die pas in 1952 slaagde.

En 1949, l’administration communale organise un concours d’architecture pour l’édification d’un véritable hôtel communal et d’un centre culturel doté d’une salle de spectacle et de locaux destinés à diverses manifestations artistiques. C’est le projet des architectes Vermeiren et Nicaise qui l’emporte.

In 1949 organiseerde het gemeentebestuur een architectuurwedstrijd voor de bouw van een echt gemeentehuis en een cultureel centrum met een spektakelzaal en lokalen voor verschillende artistieke evenementen. Het project van de architecten Vermeiren en Nicaise heeft gewonnen.

 

[Projet d’expropriation pour la construction du nouvel hôtel communal (1948), Archives communales de Woluwe-Saint-Pierre | Onteigeningsproject voor de bouw van het nieuwe gemeentehuis (1948), Gemeentearchieven Sint-Pieters-Woluwe]

 

Entre 1952 et 1958, un renversement de majorité remet la construction du nouvel hôtel communal à une date ultérieure, mais le projet est repris après les élections de 1958, qui donnent une majorité absolue au groupe du bourgmestre. Les travaux ne sont entamés qu’en 1960.

Tussen 1952 en 1958 werd de bouw van het nieuwe gemeentehuis door de meerderheid van de bevolking uitgesteld tot een later tijdstip, maar het project werd na de verkiezingen van 1958 hervat, waardoor de burgemeestersgroep een absolute meerderheid kreeg. De werkzaamheden zijn pas in 1960 begonnen.

Le 10 juin 1961, devant les membres du collège échevinal et du conseil communal, ainsi que de nombreuses personnalités, le bourgmestre Jean Evrard pose officiellement la première pierre de l’édifice. Les travaux de la première partie de l’hôtel communal (première aile et beffroi) se terminent en 1966. La dernière phase de construction, l’aile du Centre culturel, commence en 1967 pour se terminer en 1970.

Op 10 juni 1961 legde de burgemeester Jean Evrard officieel de eerste steen van het gebouw vóór de leden van het schepencollege en de gemeenteraad, alsook vele persoonlijkheden. De werkzaamheden aan het eerste deel van het gemeentehuis (1ste vleugel en belfort) werden in 1966 voltooid. De laatste fase van de bouw, de vleugel van het Cultuurcentrum, begon in 1967 en eindigde in 1970.

[Première phase de construction terminée (1966), Archives communales de Woluwe-Saint-Pierre | 1ste fase van de bouw voltooid (1966), Gemeentearchieven van Sint-Pieters-Woluwe]

 

L’hôtel communal est conçu en style néo-brabançon. Son beffroi de 65 mètres de haut domine tous les autres bâtiments aux alentours. Sa tour est dotée d’un campanile portant un carillon de dix-huit cloches, qui déclenche à l’heure une agréable mélodie de Mozart, extraite de la Flûte Enchantée ; et à la demi-heure, un extrait de Don Giovanni, du même compositeur. Cette bâtisse manifeste aussi un esprit néo-renaissance avec quelque influence nordique. Les toitures sont couvertes d’ardoises et les deux ailes, en brique rouge et pierre blanche d’Euville, formant un angle droit, constituent un ensemble qui évoque l’hôtel de ville de Stockholm. Les combles sont aménagés en bureaux dès le début des années 1980. L’intérieur du bâtiment est décoré d’œuvres des peintres Émile Fabry et Robert Degenève et de vitraux de Jacques Colpaert.

Het gemeentehuis is ontworpen in de neo-Brabantse stijl. Het 65 meter hoge belfort domineert alle andere gebouwen in de omgeving. De toren is uitgerust met een klokkentoren met een beiaard van 18 klokken die een aangename melodie van Mozart uit de Toverfluit teweegbrengt; en op een half uur tijd een uittreksel uit Don Giovanni van dezelfde componist. Dit gebouw toont ook een neorenaissance geest met enige noordelijke invloed. De daken zijn bedekt met leien en de twee vleugels, gemaakt van rode baksteen en witte Euvillesteen, die een rechte hoek vormen, vormen een complex dat doet denken aan het stadhuis van Stockholm. De zolder werd in het begin van de jaren tachtig omgebouwd tot kantoren. Het is versierd met werken van de schilders Emile Fabry en Robert Degenève en glasramen van Jacques Colpaert.

[Vitraux exécutés par Jacques Colpaert, situés au premier étage de l’hôtel communal, Archives communales de Woluwe-Saint-Pierre | Glasramen van Jacques Colpaert op de eerste verdieping van het gemeentehuis, Gemeentearchieven van Sint-Pieters-Woluwe]

 

 

[Hôtel communal actuel, Archives communales de Woluwe-Saint-Pierre | Huidig gemeentehuis, Gemeentearchieven van Sint-Pieters-Woluwe]

 

Laisser un commentaire