Le rail à Bruxelles

La ligne Place de La Bourse/Maison communale d’Ixelles | De lijn Beursplein/Gemeentehuis van Elsene

Relier le centre de la ville de Bruxelles et la commune d’Ixelles, située en hauteur, est une demande très ancienne des habitants ixellois, d’autant plus que d’autres liaisons existaient déjà entre le centre et ses faubourgs. Ainsi, dès 1869, un tramway à traction chevaline relie la Porte de Namur au Bois de la Cambre. En 1874, la société  des « Tramways Bruxellois » est fondée. L’électrification de parties du réseau suivra en 1894. Cependant, lors de la création de cette nouvelle ligne « Place de la Bourse – Place communale d’Ixelles » en 1895, la société n’utilise pas encore de ligne électrique mais un service d’omnibus à traction par chevaux. En 1907, les autobus remplacent les omnibus puis sont supprimés en 1913.

De Elsenaren waren al langer vragende partij voor een verbinding tussen het centrum van Brussel stad en de hoger gelegen gemeente Elsene, te meer omdat andere verbindingen al bestonden. En dus verbond een tram getrokken door paarden vanaf 1869 de Naamsepoort met het Ter Kamerenbos. In 1874 werd de maatschappij ‘Les Tramways Bruxellois’ opgericht. In 1894 werden delen van het netwerk aangesloten op het elektriciteitsnet. Bij het invoeren van de nieuwe lijn ‘Beursplein – Gemeenteplein van Elsene’ in 1895, gebruikte de maatschappij nog geen elektrische lijn, maar een omnibus getrokken door paarden. In 1907 vervangen autobussen de omnibus om in 1913 te worden afgeschaft.

[Affiche annonçant l’enquête publique, 1894. Fonds des travaux publics, N166.1, Archives de la commune d’Ixelles | Aanplakbiljet ter aankondiging van het openbaar onderzoek, 1894. Archieffonds van de Openbare Werken, N166.1, Archieven van de gemeente Elsene]

Comme on peut le lire dans le cahier des charges ci-dessous, la ligne part de la place de la Bourse et passe par le boulevard Anspach, les rues du Marché aux Poulets, du Marché aux Herbes, de la Madeleine, de la Montagne de la Cour, la Place royale, la rue de Namur, la chaussée d’Ixelles et arrive place communale d’Ixelles (aujourd’hui place Fernand Cocq). La société des Tramways bruxellois est très vite la seule société habilitée à faire circuler des omnibus, tramways à traction et électriques. Toutes les démarches entreprises pour développer des lignes doivent être avalisées par les autorités communales : itinéraires, installation d’aubettes, réparation des dommages, etc.

Zoals staat geschreven in het bestek hieronder, vertrekt de lijn vanaf het Beursplein en loopt via de Anspachlaan, de Kiekenmarkt, de Grasmarkt, de Magdalena- en de Hofbergstraat, het Koningsplein, de Naamsestraat en de Elsensesteenweg tot aan het gemeenteplein van Elsene (vandaag Fernand Cocqplein). De maatschappij ‘Les Tramways Bruxellois’ was al snel de eerste maatschappij die bevoegd was om de omnibus en trams te laten rijden, zowel getrokken door paarden als elektrisch. Alle stappen die werden ondernomen om de lijnen te ontwikkelen moesten worden goedgekeurd door de gemeentelijke autoriteiten: routes, het plaatsen van wachthuisjes, schadeherstel enz.

[Première page du cahier des charges pour la mise en place de la ligne d’omnibus, 1895. Fonds des travaux publics, N166.1, Archives de la commune d’Ixelles | Eerste bladzijde van het bestek voor de invoering van de omnibuslijn, 1895. Archieffonds van de Openbare Werken, N166.1, Archieven van de gemeente Elsene]

 

Après la Première Guerre Mondiale, la question de l’électrification de ce tronçon reliant le centre de Bruxelles et Ixelles se pose à nouveau clairement. Cependant, des conflits doivent tout d’abord être réglés entre l’administration communale d’Ixelles et les Tramways bruxellois. Les différents courriers ci-dessous donnent un aperçu de ces tensions.

Na de Eerste Wereldoorlog stelde de vraag voor elektrificatie van het deel van de lijn tussen het centrum van Brussel en Elsene zich duidelijk opnieuw. Er moesten echter eerst conflicten tussen de gemeente Elsene en ‘Les Tramways Bruxellois’ opgelost worden. De verschillende brieven hieronder geven een overzicht van de spanningen.

[Lettres des Tramways bruxellois, 1919. Fonds des travaux publics, N164.13, Archives de la commune d’Ixelles | Brieven van ‘Les Tramways Bruxellois’, 1919. Archieffonds van de Openbare Werken, N164.13, Archieven van de gemeente Elsene]

 

Quelques années plus tard, suite à la disparition des omnibus en 1922, les autobus réapparaissent. Ceux-ci sont gérés par la société « Les Autobus Bruxellois » (1926). Il faudra attendre les années 50 pour que, sous l’égide de la S.T.I.B., les deux sociétés de transport (trams et autobus) fusionnent.

Enkele jaren later, als gevolg van de verdwijning van de omnibus in 1922, verschijnen de autobussen opnieuw in het straatbeeld. Ze worden beheerd door de vennootschap ‘Les Autobus Bruxellois’ (1926). Het is nog wachten tot de jaren ’50 tot de beide transportmaatschappijen (trams en bussen) fusioneren tot de MIVB die we vandaag kennen.

Pour conclure cet article, reprenons le plaidoyer d’un échevin lors du Conseil communal du 20 janvier 1920. Celui-ci met en évidence l’importance des lignes reliant la ville de Bruxelles et Ixelles. Sachant combien celles-ci sont parmi les plus fréquentées encore en 2020, on comprend les attentes des échevins de l’époque !

« M. Dewilde. (…). Ainsi que le disait fort bien l’honorable échevin des travaux, si l’exploitation de la ligne Ixelles-Bourse avait été avantageuse pour eux, les T.B. n’auraient pas manqué de demander le renouvellement de ce contrat ; au lieu de cela, en présence de la situation, ils ont préféré supprimer le service. C’est donc un fait établi. Les Ixellois seraient cependant très heureux d’avoir une ligne les reliant au centre de Bruxelles. Les habitants de Watermael-Boitsfort ont une ligne qui peut les amener en ville en passant par la place Sainte-Croix. Nous avons, d’autre part, une ligne qui va au cimetière d’Etterbeek. Nous avons aussi le tram 94 qui va vers Schaerbeek, mais en réalité, nous, Ixellois, qui sommes près de la place Sainte-Croix, nous n’avons rien qui nous amène en ville, si ce n’est en faisant un grand détour. »

Afsluiten doen we met het pleidooi van een schepen tijdens de gemeenteraad van 20 januari 1920. Het geeft een duidelijk beeld van hoe belangrijk de lijnen waren die Brussel stad en Elsene met elkaar verbonden. Wetende hoe vaak deze lijnen ook vandaag in 2020 nog gebruikt worden, begrijpen we de verwachtingen van de toenmalige schepenen!

“M. Dewilde. (…). Zoals de geachte schepen van Werken het heel goed verwoordde, als de exploitatie van de lijn Elsene-Beurs voor hen voordelig zou zijn geweest, zou de T.B niet hebben nagelaten de verlenging van dit contract te vragen; in de plaats daarvan hebben ze ervoor gekozen, in aanwezigheid van de situatie, om de dienst af te schaffen. Het is dus een vaststaand feit. De Elsenaren zouden nochtans heel gelukkig zijn met een lijn die hen verbindt met het centrum van Brussel. De inwoners van Watermaal-Bosvoorde hebben een lijn die hen via het Heilig-Kruisplein naar het centrum brengt. Wij hebben, anderzijds, een lijn die naar de begraafplaats van Etterbeek gaat. We hebben ook tram 94 naar Schaarbeek, maar in werkelijkheid, hebben wij, Elsenaren, die ons dicht bij het Heilig-Kruisplein bevinden, geen enkele verbinding met de stad, behalve door een grote omweg te maken.”

 

Sources | Bron

La STIB d’hier à aujourdhui | De MIVB gisteren en vandaag

 

© Archives de la commune d’Ixelles | Archieven van de gemeente Elsene

Laisser un commentaire