Le rail à Bruxelles

La première gare belge | Het eerste Belgische station

La gare de l’Allée verte est rendue célèbre par le départ, le 5 mai 1835, du premier train de voyageurs du continent européen. Seule la Grande-Bretagne avait déjà vu pareil exploit dix ans plus tôt. Le convoi qui comprend 900 passagers est tracté par trois locomotives. Il parcourt en 50 minutes les 22 kilomètres du premier tronçon de la première ligne de chemin de fer européen qui relie Bruxelles à Malines.

Het station Brussel-Groendreef werd bekend omdat er op 5 mei 1835 de eerste reizigerstrein op het Europese vasteland vertrok. Alleen in Groot-Brittannië vond 10 jaar eerder een vergelijkbare prestatie plaats. De trein, die 900 passagiers vervoert, wordt door drie locomotieven getrokken. Hij legt in 50 minuten de 22 km af van het eerste deel van de eerste Europese spoorlijn, die Brussel met Mechelen verbindt.

[Vue du départ du premier train de voyageurs depuis la gare de l’Allée verte, reproduction d’un dessin, 1835, Collection iconographique (G-60), Archives de la Ville de Bruxelles | Vertrek van de eerste reizigerstrein vanuit het station Brussel-Groendreef, reproductie van een tekening, 1835, Iconografische verzameling (G-60), Archief van de Stad Brussel]

 

Le projet d’une ligne de chemin de fer en Belgique émerge rapidement, dès avril 1831. Il est en partie dicté par un besoin économique : la Hollande bloque alors le commerce maritime d’Anvers et entrave le commerce de transit en direction de l’Allemagne et de la France. Une étude de faisabilité est réalisée dès 1832. Les travaux sont réalisés en un an.

Er ontstaan al vroeg plannen voor een Belgische spoorlijn, namelijk in april 1831. Ze vloeien voor een deel voort uit een economische behoefte: Nederland blokkeert op dat moment de maritieme handel vanuit Antwerpen en belemmert daarmee de doorvoer richting Duitsland en Frankrijk. In 1832 wordt er een haalbaarheidsstudie uitgevoerd. De werken zijn in één jaar tijd klaar.

[Vue de l’Allée verte et de ses promeneurs depuis la grille d’entrée, reproduction d’un dessin, 1868, Collection iconographique (A-1317), Archives de la Ville de Bruxelles | Zicht op de Groendreef met wandelaars vanaf het toegangshek, reproductie van een tekening, 1868, Iconografische verzameling (A-1317), Archief van de Stad Brussel]

 

Cette petite station est établie à l’extrémité de la promenade aménagée le long du canal dès le XVIIIe siècle, dont elle prendra le nom. Elle n’est composée initialement que d’un simple baraquement en bois clôturé de planches et accueille trois voies. Selon les estimations, 160.000 personnes ont emprunté la nouvelle ligne durant les trois premiers mois d’exploitation. Le premier train de marchandises roule quant à lui en 1848. Le développement de cette activité entraîne la construction d’un entrepôt douanier.

Het kleine station wordt opgetrokken aan het eind van de in de 18e eeuw aangelegde wandelweg langs het kanaal, die het zijn naam verleent. Het bestaat aanvankelijk uit niet meer dan een eenvoudige houten barak met een afsluiting uit planken, naast 3 sporen. In de eerste drie maanden van het bestaan van de nieuwe spoorlijn namen naar schatting 160.000 personen de trein. De eerste goederentrein rijdt dan weer in 1848. Voor de ontwikkeling van het goederenvervoer is de bouw van een douaneloods nodig.

[Entrée de la gare et ses navetteurs, photo, 1950, Collection iconographique (C-2416), Archives de la Ville de Bruxelles | Ingang van het station en pendelaars, foto, 1950, Iconografische verzameling (C-2416), Archief van de Stad Brussel]

[Arrière de la gare et train à quai, photo, 1953, Collection iconographique (C-17104), Archives de la Ville de Bruxelles | Achterzijde van het station en trein aan het perron, foto, 1953, Iconografische verzameling (C-17104), Archief van de Stad Brussel]

[Entrepôt de la gare, photo de Emile Van Hammée, vers 1900, Collection iconographique (J-586), Archives de la Ville de Bruxelles | Stationsloods, foto van Emile Van Hammée, ongeveer 1900, Iconografische verzameling (J-586), Archief van de Stad Brussel]

 

La petite gare est très vite saturée. Cependant, en raison de l’urbanisation des quartiers alentours, elle ne peut s’agrandir qu’avec de très forts coûts. C’est pourquoi, on lui préfère la construction d’une nouvelle gare plus à l’est : il s’agit de la gare du Nord (construction entre 1841-1846). Celle-ci prend en charge une grande partie du transport de voyageurs. Les activités de dépôt de marchandises sont quant à elles transférées par après à la gare de Tour et Taxis. La gare de l’Allée verte est peu à peu délaissée. Le développement du réseau ferroviaire ouest, ainsi que le déplacement des installations portuaires renforcent cette tendance.

Het stationnetje is al snel te klein. Door de verstedelijking van de omliggende wijken kan een uitbreiding echter alleen tegen een zeer hoge prijs. Daarom wordt de voorkeur gegeven aan de bouw van nieuw station, dat meer naar het oosten komt te liggen: het Noordstation (bouw 1841-1846). Een groot deel van het reizigersverkeer gaat voortaan via dat station. De opslag van goederen wordt later overgebracht naar het station Thurn en Taxis. Het station Brussel-Groendreef ligt er almaar verlatener bij. De ontwikkeling van het westelijke spoorwegnet en de verplaatsing van de haveninstallaties versterken dat nog.

[Situation de la gare de l’Allée verte par rapport à la gare du Nord, plan, avant 1841, Travaux publics (PP-452), Archives de la Ville de Bruxelles | Ligging van het station Brussel-Groendreef ten opzichte van het Noordstation, plan, voor 1841, Openbare Werken en Stedenbouw (PP-452), Archief van de Stad Brussel]

 

Les bâtiments ont été utilisés à d’autres fins. Par exemple, l’organisation en 1910 de l’exposition de l’Œuvre Belge. Durant la Seconde guerre mondiale, la gare et ses hangars sont mis à la disposition de la Centrale horticole (liée à la Corporation nationale de l’Agriculture et de l’Alimentation) pour le stockage de produits alimentaires et la tenue d’un marché de grossiste en fruits et légumes.

De gebouwen worden voor andere doeleinden gebruikt. Bijvoorbeeld voor de organisatie van de ‘Exposition de l’Oeuvre Belge’ in 1910. Tijdens de Tweede Wereldoorlog worden het station en de loodsen gebruikt door de Tuinbouwcentrale (verbonden aan de Nationale Landbouw- en Voedingscorporatie) voor de opslag van levensmiddelen en de organisatie van een markt voor groothandelaars in groeten en fruit.

[Façade monumentale provisoire prévue pour l’exposition de l’Œuvre Nationale, plan, 1910, Travaux publics (TP 43), Archives de la Ville de Bruxelles | Tijdelijke monumentale gevel voor de ‘Exposition de l’Œuvre Nationale’, plan, 1910, Openbare Werken en Stedenbouw (TP 43), Archief van de Stad Brussel]

[Aménagement de l’entrepôt de la gare pour le stockage de produits alimentaires, plan, 1942, Travaux publics (TP 55310), Archives de la Ville de Bruxelles | Indeling van het magazijn van het station voor de opslag van levensmiddelen, plan, 1942, Openbare Werken en Stedenbouw (TP 55310), Archief van de Stad Brussel]

 

Le dernier convoi part de la gare le 16 janvier 1954. Par après, les bâtiments et les voies sont démantelés pour la construction de l’héliport de la Sabena dans le cadre de l’Exposition universelle de 1958. Les lieux serviront alors d’emplacement pour les cirques. Ils accueillent aujourd’hui le parc Maximilien et sa ferme pédagogique.

De laatste trein vertrekt in het station op 16 januari 1954. Later worden de gebouwen en de sporen afgebroken voor de bouw van de helihaven van Sabena in het kader van Expo 58. De plek wordt gebruikt voor circussen. Vandaag bevinden er zich het Maximiliaanpark en de kinderboerderij.

 

© Archives de la Ville de Bruxelles | Archief van de Stad Brussel

Laisser un commentaire