Burgemeesters

De burgemeesters

Sinds de middeleeuwse burgerij haar vrijheden afdwong van hun vorst, is de burgemeester verankerd in de geschiedenis van de gemeentelijke autonomie en uitgegroeid tot de sleutelfiguur van de lokale bestuurlijke macht in België.

Het Franse woord  “bourgmestre” is ontleend aan de Germaanse talen: aan het Middelnederlandse woord “burch/burg” [= stad] en “meester” (in de uitspraak is men een ‘e’ gaan toevoegen en later is men die ‘e’ ook gaan schrijven: burgEmeester) en het Duitse “Bürger” [= burger] en “Meister”, [= meester]. [1] Kennelijk heeft het woord vanaf de onafhankelijkheid, overal in België ingang gevonden, waarbij de Franstalige steden en gemeenten de term “maire” hebben opgegeven.

Bij het vervullen van zijn ruime takenpakket en verantwoordelijkheden, als voorzitter van de Raad en het College, ambtenaar van de burgerlijke stand, verantwoordelijke van de bestuurlijke politie belast met de uitvoering van wetten, decreten en ordonnanties, enz… wordt hij bijgestaan door schepenen en gemeenteraadsleden.

Als kiezers kennen we uiteraard de dames en heren die vandaag de burgemeesterssjerp dragen maar wat weten we over onze voormalige burgemeesters, die nog altijd sterk in het Brusselse straatbeeld aanwezig zijn? Ben je ooit door de Antoine Bréartstraat, langs de Mettewielaan of over het Flageyplein gewandeld, ben je al langs geweest in het gemeentelijke atheneum Fernand Blum, of heb je wel eens een voetbalwedstrijd in het Edmond Machtens-stadion of een toneelstuk in het cultureel centrum Jacques Franck bijgewoond?

Allemaal namen die zijn ontleend aan onze vroegere burgemeesters. Maar wie zijn ze? En waarom worden ze vereeuwigd in de stedelijk geografie? Vanaf deze maand neemt Archiviris je mee terug in de tijd, om iets meer te weten te komen over enkele burgemeesters van gemeenten uit het Brussels Gewest.

 

 

[1] Van Dale woordenboek en https://www.vocabulairepolitique.be/bourgmestre/ (pagina geraadpleegd op 2 juli 2021).

 

 

© ArchivIris

Laisser un commentaire