Gemeente Koekelberg

Geschiedenis

De eerste keer dat de naam Koekelberg voorkomt in de bronnen is omstreeks 1220, waar er sprake is van de adellijke familie de Coeckelberghe die zich in deze regio kwam vestigen. Het staat vast dat de groei van de voormalige heerlijkheid te wijten is aan de aanwezigheid van een burcht en aan de gunstige geografische ligging. Koekelberg lag in de middeleeuwen immers op het kruispunt van twee belangrijke handelsroutes: de Gentsesteenweg enerzijds en de Jetsesteenweg anderzijds. De vele handelaars en de talrijke producten die verhandeld werden op het kruispunt van deze twee wegen zorgden ervoor dat de bewoning bestendigd werd.

Ondanks de vele handelsactiviteiten bleef Koekelberg een kleine nederzetting met een kleine bevolking en een sterk landelijk karakter. Dit landelijke karakter vormde de ideale omgeving voor een van de belangrijkste economische activiteiten van Koekelberg, de graanproductie. Een dergelijke productie werd aangevuld met het brouwen van bier, een activiteit die in de negentiende eeuw een sterke boost zou krijgen. Een element dat bijdroeg aan het lage inwonersaantal van Koekelberg en aan het landelijke karakter ervan, was de geografische ondergrond. Van nature was de voormalige heerlijkheid een vochtig gebied door de aanwezigheid van verschillende beekjes en stroompjes (waaronder aftakkingen van de Zenne). Een dergelijke vochtige ondergrond en overstromingsgevaar maakten bouwen en wonen niet aantrekkelijk, waardoor de gegoede burgerij tijdens de late middeleeuwen en de vroegmoderne periode Koekelberg links lieten liggen (in tegenstelling tot bijvoorbeeld Sint-Joost-ten-Node).

Zowel op administratief als op religieus vlak was Koekelberg tijdens de middeleeuwen gelinkt aan Sint-Agatha-Berchem. De geografische afstand tussen beide gebieden zorgde ervoor dat in de veertiende eeuw een aparte bidplaats voor erediensten in Koekelberg werd opgericht. De feitelijke ‘religieuze afscheiding’ van Sint-Agatha-Berchem vond echter maar plaats in 1834. Niet veel later, in 1841, werd Koekelberg een aparte gemeente.

Door het gebrek aan bronnenmateriaal uit de vroegmoderne periode is het moeilijk uitspraken te doen over Koekelberg in de nieuwe tijd. Met zekerheid staat wel vast dat de godsdienstoorlogen en de oorlogen van Lodewijk XIV nadelig waren voor het gehucht en dit niet alleen door de vernielingen die oorlog met zich meebracht, maar ook door het stijgen van de belastingen, de vordering van personeel en goederen, en door het inkwartieren van soldaten. Vanaf de tweede helft van de achttiende eeuw begon het uitzicht van Koekelberg stilaan te veranderen door de beginnende industrialisering. Deze tendens werd verder gezet in de negentiende eeuw met de komst van onder meer textiel- en tabaksfabrieken. Net zoals elders in België, ging de industrialisering gepaard met een sterke bevolkingsgroei. Dit bracht echter ook met zich mee dat allerlei ziektes, zoals cholera, zich razendsnel verspreidden en zelfs ware epidemieën veroorzaakten. Een ander gevolg van de industrialisering was het ontstaan van een fysieke breuk in het uitzicht van de gemeente. Enerzijds was er een ‘Nederkoekelare’, gekenmerkt door zijn industriële activiteiten, anderzijds was er een ‘Bovenkoekelare’, dat gekenmerkt werd door zijn residentiële karakter.

Eind negentiende eeuw speelde koning Leopold II met de idee om te Koekelberg een reusachtig monument op te trekken ter ere van 75 jaar België. Dit monument zou in de stijl van de Parijse Sacre-Coeur ontworpen worden en zou onderdeel zijn van de grootse hervorming van het Brusselse uitzicht onder Leopold II. In 1905 begon men met de uitvoering van het project, maar de uitbraak en het verdere verloop van de Eerste Wereldoorlog beslisten anders over de realisatie ervan. Na WOI beschikte België over onvoldoende financiële middelen om het project verder te zetten. Toch was het voormalig idee van de ondertussen overleden vorst hiermee niet dood en begraven. In de jaren twintig van de vorige eeuw speelde men immers met de gedachte om in Koekelberg te starten met de bouw van een basiliek. Een wedstrijd werd uitgeschreven om de architecturale invalshoek te bepalen en het was de Gentse architect Albert van Huffel die met de hoofdprijs wegliep; zijn ontwerp zou de latere Basiliek van Koekelberg vormgeven. De bouw van de basiliek startte omstreeks 1926 en werd voltooid in 1970. Tot op de dag van vandaag geldt de Basiliek van Koekelberg als een van de bekendste Belgische monumenten en vormt ze een echte eye catcher in het Brusselse, net zoals het Justitiepaleis en het Atomium.

 

 

Beheer, bewaring en digitalisering van het archief

De archieven van de gemeente Koekelberg worden in twee ruimtes bewaard. De Salle Argonite herbergt het levend archief (archief dat niet ouder is dan drie jaar) dat bewaard wordt in compactussen. De salle AIS biedt onderdak aan het zogenaamde dode archief (archiefreeksen die niet meer worden aangevuld). Hier worden de documenten in vaste, losstaande rekken geplaatst.

 

 

 

De inhoud van het archief bestaat uit de registers van de Burgerlijke Stand en de verslagen van het schepencollege en de gemeenteraad. Naast de eigen stukken en grote reeksen, herbergt het archief van de gemeente Koekelberg ook nog een deel van de archieven van het OCMW.

 

 

Het archief kent een jaarlijkse aangroei van zo’n 50 meter wat na verloop van tijd problematisch kan worden, aangezien er geen archief vernietigd wordt en de maximumcapaciteit van beide archiefbewaarplaatsen bijna bereikt is (enkel salle AIS staat nog voor zo’n 25% leeg (zie ook het punt ‘uitdagingen en behoeften’). In totaal wordt zo’n drie kwart van het archief van de gemeente Koekelberg in zuurvrije dozen bewaard.

 

Er zijn geen projecten met betrekking tot digitalisering. Een deel van het archief is geïnventariseerd via Word, maar is niet online beschikbaar.

Documentatie en andere archieven

Het archief van de basiliek van Koekelberg wordt ter plekke bewaard en is erg omvangrijk, met o.a. een uitgebreid plannenarchief.

Koekelberg viel oorspronkelijk onder het Vredegerecht van Anderlecht, vanaf 20 juni 1849 onder dat van Sint-Jans-Molenbeek. De archieven van de Vredegerechten van Anderlecht en Molenbeek worden bewaard in het Rijksarchief Brussel.

Selectieve bibliografie

  • DEKNOP, A., Van ’t stadt en schoone buytens: Een kijk op Brussel en omgeving in de 18de eeuw (Fontes Bruxellae, 4), Brussel, 2007.
  • Geschiedenis, 2017. Online te raadplegen
  • Historisch overzicht, 2012. Online te raadplegen
  • Koekelberg à la carte. Online te raadplegen
  • MUSICK, A. en DESPY, G., ‘Koekelberg’, uit: Gemeenten van België. Geschiedkundig en administratief-geografisch woordenboek, deel 2,  1351.
  • VAN DEN HAUTE, R., Le château de Koekelberg, Jette, 1980.

Aanvullende gegevens

 

Diederik Declercq (Rijksarchief) © Alle rechten voorbehouden