De geschiedenis van de renbaan van Stokkel begon officieel op 27 oktober 1906, toen Jules de Riemaecker, gevolmachtigde van de renbaan van Bosvoorde, een aanvraag indiende om een renbaan op te richten op het grondgebied van Stokkel. Dit initiatief kwam tot bloei in 1907 met de oprichting van een paardenrenvereniging.
Het duurde niet lang voordat het project de wijk transformeerde. De populaire en sociale aantrekkingskracht van paardenraces leidde tot snelle stedelijke bloei. Datzelfde jaar kregen afgevaardigd bestuurder M. Lippens en Jules Du Jardin, directeur van de “Société immobilière d’Entreprises de Stockel” en eigenaar van talrijke terreinen op het plateau, toestemming om nieuwe straten aan te leggen om de omgeving van de renbaan te structureren. De gemeente wil ook straten verbreden om te anticiperen op het toegenomen verkeer tussen station van Woluwe (dat niet meer bestaat) en de wedstrijdlocatie.
Leven en animatie rond de banen
Het terrein waar nu het Crommelynck Atheneum aan de Orbanlaan is gevestigd, was ooit het epicentrum van paardenwedstrijden. De hindernissen waren geplaatst tussen bomen langs een zandpad, in een configuratie die ver verwijderd was van moderne springconcoursen. De renbaan genereerde een belangrijke economische microkosmos: stoeterijen, privéboxen, winkels, cafés, enz.
Het “quartier des Courses”, zoals het toen heette, werd gekenmerkt door de aanwezigheid van paarden: in wandeling, in de weiden of in training. Een petitie uit 1922 illustreert de spanningen die deze concentratie van activiteiten kon veroorzaken.
Het publiek kwam massaal naar de races. Het gebied was gemakkelijk bereikbaar dankzij de tram, waarvan de sporen langs de Salomélaan liepen (toen eigendom van de renbaan) en werd een favoriete plek voor de Brusselaars om te ontspannen. Verschillende cafés en hotels, zoals “Chalet Vert”, “Chalet Rouge” en “Hôtel Belvédère”, verwelkomden wedders en wandelaars die een frisse neus kwamen halen op het platteland. In sommige eigendommen staan nog steeds privéstallen, stille getuigen van dit flamboyante tijdperk.

[Renbaan van Stokkel – @Gemeentelijke Archieven van Sint-Pieters-Woluwe]
[Spelers op de renbaan van Stokkel – @Gemeentelijke Archieven van Sint-Pieters-Woluwe]
[Een jockey op de renbaan – @Gemeentelijke Archieven van Sint-Pieters-Woluwe]
De gouden eeuw van airshows
De renbaan van Stokkel was niet alleen een thuis voor paarden: vanaf 1910 werd het ook een mekka voor de opkomende luchtvaartindustrie. Van 23 juli tot 3 augustus werd daar, als onderdeel van de Wereldtentoonstelling van Brussel, de “Veertiendaagse van de Luchtvaart Brussel-Stokkel” gehouden, ingehuldigd door Koning Albert I. Alle grote Belgische piloten namen deel en genoten van de korte startbaan en de grote tribunes. Het spektakel was adembenemend, met de vliegtuigen die elkaar in de lucht passeerden voor een verbaasde menigte.
Een van de opmerkelijkste prestaties was die van Jan Olieslagers, die 2 uur en 35 minuten in een eendekker van Blériot in de lucht bleef en een hoogte van 1.524 meter bereikte. Deze spectaculaire airshows brachten echter een aanzienlijk risico met zich mee. Nicolas Kinet, een Luiks vliegenier, kwam om het leven bij een crash veroorzaakt door een windstoot toen hij Stokkel aan het overvliegen was.
[De vliegenier Kinet en zijn vliegtuig – @Gemeentelijke Archieven van Sint-Pieters-Woluwe]
Dit gevaar werd bevestigd in de zomer van 1914. Luchtvaartevenementen die op de site werden georganiseerd, waren erg populair bij het publiek, maar werden overschaduwd door een dodelijk ongeluk tijdens een parachute-experiment met Lucienne Cayat de Castella. Deze tragedie herinnerde ons aan de technische beperkingen van de prille luchtvaart en het gevaarlijke karakter van deze demonstraties.
[Lucienne Cayat de Castella vastgemaakt aan haar camera – @Gemeentelijke Archieven van Sint-Pieters-Woluwe]
Laatste galops en afsluiting
De vliegactiviteiten gingen sporadisch door tot de oorlog, toen ze steeds meer gereguleerd en belast werden door de gemeente. Tijdens de oorlog was de renbaan korte tijd een hondenrenbaan waar windhondenraces werden gehouden. Deze waren ook onderworpen aan gemeentelijke belastingen in 1915 en 1916.
Het echte verval van de renbaan begon met de geleidelijke verkoop van de terreinen door de “Société des Courses”, die opnieuw investeerde in Sterrebeek. In 1957 betekende de officiële sluiting van de renbaan het einde van een tijdperk. Voor lokale handelszaken, waarvan er veel afhankelijk waren van de paardenindustrie, was dit een echte economische ramp.
Vandaag de dag zijn de zichtbare sporen van deze geschiedenis schaars, maar ze zijn voor iedereen zichtbaar: hindernissen in sommige scholen, voormalige stallen die deel uitmaken van privé-eigendommen, suggestieve straatnamen… De renbaan van Stokkel, door velen vergeten, blijft een verbazingwekkend deel van het erfgoed van Sint-Pieters-Woluwe.
Bronnen
P200-2023 – “Histoire et terroir”, hoofdstuk “Hippodrome de Stockel”.
Aanvullende gegevens uit de registers van de Gemeenteraad van Sint-Pieters-Woluwe (nr. 5, 1906-1909).