Deze weg, die de Josaphatstraat met de Haechtlaan verbindt, zorgt soms voor verwarring vanwege zijn naam: hier is waarom.
Vóór 1836 is de toekomstige straat nog maar een weg die door moerasgewassen loopt, bezaaid met enkele boerderijen. Hier bevond zich onder meer het landgoed van bloemist Jean-Lambert Dumont, die de gewoonte had dagelijks bloemen op de rug van ezels te vervoeren om ze in het centrum van Brussel te verkopen via de Ezelsweg (nu Josaphatstraat)
In 1836 wordt de weg de Onze-Lieve-Vrouwstraat. In de jaren 1850 krijgt deze de naam: rue de l’Olivier (Olijfboomstraat), om onbekende redenen. Het lijkt onwaarschijnlijk dat er op het grondgebied van Schaarbeek olijfbomen stonden naast de kersenbomen, maar je weet maar nooit. In 1871 besluit de gemeente Schaarbeek deze weg om te dopen tot … L’Olivierstraat! Dit als eerbetoon aan Jean-Nicolas L’Olivier, een Belgische kolonel die onder meer zijn sporen verdiende tijdens de revolutie van 1830.

[Besluit tot naamgeving van de straat L’Olivier, 1871 | © Gemeentearchieven van Schaarbeek ]
[Overzicht van de militaire diensten van Jean-Nicolas L’Olivier | © Gemeentearchieven van Schaarbeek ]
In deze zeer dichtbevolkte wijk bevonden zich ook een aantal doodlopende straten waaronder deRubensimpasse die uitgaf op de L’Olivierstraat. De meesten zijn vandaag verdwenen, maar de Rubensimpasse bestaat nog onder de naam Korte L’Olivierstraat.
De gebouwen in deze straat zijn hoofdzakelijk in neoklassieke stijl. Eén complex valt op: het arbeiderscomplex dat in 1903 werd gebouwd door architect Henri Jacobs voor de Schaarbeekse Haard.
[Gevel van de arbeiderscomplex, plan, 1903 | © Gemeentearchieven van Schaarbeek]
© Gemeentearchieven van Schaarbeek – Alle rechten voorbehouden