Burgemeesters

Jules Coelst, een Brusselaar tegenover de bezetter.

Jules Coelst is waarschijnlijk niet de bekendste burgemeester van Brussel. Nochtans vervulde hij deze functie enkele maanden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij was ook voorzitter van de Conferentie van Burgemeesters van de Brusselse Agglomeratie van 17 mei 1940 tot 27 september 1942. In deze functies had hij rechtstreeks te maken met de Duitse bezetter. Hij was zelfs hun belangrijkste contactpersoon en hij werd verantwoordelijk gehouden voor de uitvoering van de orders door zijn collega’s in de andere gemeenten.

[Portret van Jules Coelst, foto, [ca. 1930], Iconografische verzameling (C-583), Archief van de Stad Brussel]

 

Geboren in Tienen op 11 februari 1870, verhuisde hij in september 1891 naar Laken. Als apotheker liet hij in 1905 een huis bouwen op de Antwerpsesteenweg 151, waar hij zijn apotheek vestigde.

Zijn politieke carrière begon in november 1895 toen hij in Laken werd verkozen tot katholiek gemeenteraadslid. In januari 1908 wordt hij benoemd tot schepen van deze gemeente, en tijdens de Eerste Wereldoorlog zetelt hij in het schepencollege van Laken. Later werd hij als eerste schepen enkele maanden burgemeester van Laken nadat de laatste burgemeester, Emile Bockstael, op 26 februari 1920 was overleden. Hij bleef in functie tot aan de annexatie van deze gemeente bij de Stad Brussel.

[Gevel van het huis op de Antwerpsesteenweg 151, plan, 1905, Openbare Werken en Stedenbouw (TP Laeken 1591), Archief van de Stad Brussel]

 

[Apotheek van Jules Coelst, foto, [na 1905], Iconografische verzameling (C-30213), Archief van de Stad Brussel]

 

Na de verkiezingen van 1921 werd hij benoemd tot gemeenteraadslid van Brussel, schepen van de Burgerlijke Stand van het tweede district (geannexeerde gemeenten) en schepen van Erediensten en Begrafenissen. Hij was ook provincieraadslid van 1921 tot 1929 en zetelde in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. In 1934 werd hij schepen van de Burgerlijke Stand voor het eerste district (Brussel-Stad). Een jaar later wordt hij schepen van Financiën.

[Menu van het diner georganiseerd op 30 juli 1923 ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de gemeentelijke mandaten van de Schepen Coelst en de Raadsleden Hubert, Vanden Bosch en Solau, menu, 1923, Recepties (369), Archief van de Stad Brussel]

 

Toen de nazi’s Brussel bereikten, was Joseph Van de Meulebroeck de burgemeester. Hij nam deze functie op na het overlijden van Adolphe Max op 6 november 1939. Op 30 juni 1941 wordt hij door de bezettingsmacht ontslagen op grond van de verordening die een leeftijdsgrens van 60 jaar vaststelde voor de meeste openbare ambten. De volgende dag nam Jules Coelst, in zijn hoedanigheid van eerste schepen, het ambt van waarnemend burgemeester op zich. Hij bleef in functie tot 27 september 1942, toen Groot-Brussel werd opgericht en hij op zijn beurt werd ontslagen. Op dat moment wordt Jan Grauls tot burgemeester benoemd. In 1944 wordt hij in Duitsland gearresteerd en gevangengezet. Op 9 mei 1945 keert hij terug uit gevangenschap. Zijn toch al broze gezondheid had geleden onder deze detentie. Hij overleed een jaar later in Brussel, op 27 mei 1946.

[Jules Coelst, schepen van de Stad Brussel, aan het werk in het kabinet van de burgemeester op het stadhuis, fotografische reproductie van een tekening van A. Pelgrims, maart 1942, Iconografische verzameling (F-755), Archief van de Stad Brussel]

 

Tijdens zijn burgemeesterschap verzette hij zich meermaals tegen Duitse bevelen. Zo weigerde hij bijvoorbeeld de Brusselse politie te laten deelnemen aan bepaalde razzia’s of manoeuvres van het Duitse leger. Hij accepteerde ook niet dat de gemeentelijke autoriteiten verantwoordelijk waren voor het uitdelen van de gele ster die de Joden op hun kleding moesten spelden. Na zijn ontslag schreef hij in schoolschriften zijn memoires over de eerste twee jaren van de oorlog. Ze zijn een interessante en originele bron voor wie meer wil weten over de gebeurtenissen in deze periode. Dit is een uittreksel:

“Die eerste dagen van de oorlog waren een hallucinant schouwspel. Van Oost tot West was het een gekkenhuis. Iedereen verloor zijn verstand. Langs de wegen kwam men alleen maar gezinnen tegen die hun kostbaarste bezittingen op een kar hadden gestapeld en die op avontuur vertrokken naar een onbekende bestemming, hun pupillen wijd van angst. Het vrijgelaten vee zwierf over het platteland. Sommige dorpen liepen volledig leeg, waarbij de gemeentelijke autoriteiten het voorbeeld gaven. (…) In de steden was het niet beter. De treinen zaten vol. De meeste mensen die een auto hadden vertrokken naar Frankrijk. Hele gezinnen van arme mensen, zuigelingen inbegrepen, liepen verdrietig door de straten van Brussel.” [Uittreksel uit de memoires van Jules Coelst, afschrift, [ca. 1942-1943], Privéarchief (4, p.6), Archief van de Stad Brussel]

 

[Uittreksel uit de memoires van Jules Coelst, boekje, [ca. 1942-1943], Privéarchief (4, boekje 1, pp. 12-13), Archief van de Stad Brussel]

 

 

© Archief van de Stad Brussel

1 thought on “Jules Coelst, een Brusselaar tegenover de bezetter.”

Laisser un commentaire