Tweede wereldoorlog

De passieve luchtverdediging in Sint-Gillis, of hoe de gemeente zich zo goed mogelijk probeerde te beschermen tegen bombardementen

Sinds de Eerste Wereldoorlog worden oorlogen ook in de lucht uitgevochten. In 1914-1918 had de bevolking echter nog weinig last van deze nieuwe uitvinding in de oorlogsvoering. Althans veel minder dan tijdens de volgende wereldoorlog het geval zou zijn.

Na het Verdrag van Versailles gaan de militaire ontwikkelingen op strategisch en technisch vlak volop door. In de jaren 30 wordt het publiek echt geïnformeerd en bewustgemaakt van de gevaren van de oorlogsvoering in de lucht. De film en de pers maken mensen bewust van het ‘gevaar uit de lucht’. Terwijl het collectieve bewustzijn toeneemt, hoort men met afschuw over de verschrikkelijke bombardementen op Barcelona en Guernica en de “gasoorlog” die de Italianen voeren tegen de Ethiopiërs in 1935-1936.

In februari 1934, dus voor deze markante gebeurtenissen, heeft België al de Bond voor Passieve Luchtbescherming van de Bevolking en de Burgerlijke instellingen opgericht, maar deze is niet sterk uitgebouwd en kampt met een ernstig personeelstekort omdat er niet veel vrijwilligers zijn. Maar in juni 1939, in het licht van wereldwijde geopolitieke ontwikkelingen, voelen de autoriteiten dat de oorlog dichterbij komt. Er wordt besloten om de Bond om te vormen tot een Territoriaal Commissariaat voor Luchtbescherming. Overal in het koninkrijk worden waarschuwingssirenes geïnstalleerd en verduisteringsplannen uitgewerkt. Dit is behoorlijk goed georganiseerd, maar België kampt nog steeds met een schrijnend gebrek aan collectieve schuilplaatsen en de bescherming van zijn historisch en economisch erfgoed blijft ondermaats. Bovendien is het Territoriaal Commissariaat voor Luchtbescherming nog steeds onderbemand, vooral in de leiding.

Brief van de gouverneur van Brabant aan de verschillende burgemeesters van het arrondissement Brussel.

Dan wordt de oorlog verklaard!

Zoals de website Belgium WWII uitlegt: “Op 10 mei 1940 zou dit amateurisme zich wreken.” België is, net als de rest van de wereld, niet voorbereid op de Duitse Blitzkrieg. De Duitse luchtmacht verplettert letterlijk de hele organisatie en het is meteen duidelijk hoezeer die tekortschiet. In slechts enkele uren tijd worden de beste jachtvliegtuigen van de Belgische luchtmacht vernietigd op de vliegvelden zelf. De bommen van de Luftwaffe vallen ongehinderd neer. De meeste luchtmachtbases worden vernietigd nog voordat er ook maar één vliegtuig kan opstijgen. De weinige toestellen die er wel in slagen, worden meteen opgejaagd door Duitse vliegtuigen. Kortom, een totale mislukking.

In de daaropvolgende dagen wordt het hele grondgebied overrompeld door de Duitse Blitzkrieg. Logistieke knooppunten, belangrijke kruispunten en bolwerken worden zwaar getroffen. De omliggende gebouwen, kerken, spoorlijnen en winkels worden vernietigd door brandbommen die een hels lawaai maken en iedereen machteloos achterlaten.

Na de capitulatie

Zodra de overgave getekend is op 28 mei 1940, na 18 dagen weerstand, is er geen tijd meer te verliezen. Na de Duitse luchtmacht zijn het nu de Britten die het luchtruim boven België onveilig maken en het land bombarderen in een poging de bezetter te verdrijven. De Belgische autoriteiten, die onder Duits bewind staan, moeten reageren. De Passieve Luchtbescherming heeft nog vele oorlogsjaren voor de boeg, waarin het zal uitblinken.

De actieve verdediging van burgers is de verantwoordelijkheid van het leger en de militaire autoriteiten. Of het nu gaat om de Duitsers of later de Geallieerden, voortaan wordt Brussel verdedigd door een effectieve luchtafweer, die vanaf de grond kogels en granaten afvuurt dankzij een netwerk van kanonnen en mitrailleurs van groot kaliber, en er staan ook vliegtuigen klaar om op te stijgen om de vijand af te weren. Maar verder wordt de zogenaamde ‘passieve’ bescherming overgelaten aan de gemeenten!

Wat houdt Passieve Luchtbescherming of PLB eigenlijk in?

Het gaat om het beschermen van burgers en het leven in het algemeen, niet alleen in een strikt militaire context. Dit omvat beschermende maatregelen tegen luchtbombardementen. Het gaat dan om het versterken van de brandweer, het bouwen van ondergrondse schuilplaatsen en het inventariseren van mogelijke geïmproviseerde schuilplaatsen (kelders, metro enzovoort), het opzetten van een preventiesysteem met affiches en radioberichten, het uitdelen van gasmaskers, het verduisteren van ramen en het doven van lichten ’s nachts, evenals het opzetten van een bewakingsnetwerk en sirenes in het hele land. Dit concept van PLB zal vervolgens de basis leggen voor de civiele bescherming.

In juli 1940 beslissen de Duitse autoriteiten in België om het sirenesysteem weer in gebruik te nemen. De installatie van die systemen is dan de verantwoordelijkheid van de gemeente, tenzij de staat ze betaalt.

Voortaan staan overal in Brussel en elders in het land de gemeentelijke en stedelijke comités van de PLB in voor het alarmeren van de bevolking, het toedienen van zorgen en het ruimen van puin na de inslagen van bommen. Eind 1944 zet de dienst zelfs reddingsoperaties op in Luik en Antwerpen na de Duitse V1- en V2-bombardementen.

En in Sint-Gillis?

Sint-Gillis vormt hierop geen uitzondering. Zodra de bezetters zich hebben geïnstalleerd, start de gemeente met de methodische organisatie van de hulpdiensten, ondersteund door de gezamenlijke actie van de Passieve Luchtverdediging en de Territoriale Civiele Wacht voor Passieve Bescherming onder leiding van Victor Rémy. De bezetter centraliseert algauw de bestaande systemen binnen het Brussels Commissariaat voor Passieve Luchtbescherming onder toezicht van Victor de Tollenaere. Na de oprichting van Groot-Brussel wordt de coördinatie van alle PLB-activiteiten de verantwoordelijkheid van de Stad Brussel. Hierbij wordt vooral een beroep gedaan op de schepenen van Openbare Werken en van Sociale Bijstand en Begrafenissen, domeinen waarin de schepen Arthur Bacq, voorzitter van het coördinatiecomité, een doorslaggevende rol zal spelen. De gemeente Sint-Gillis maakt deel uit van een verdedigingszone die ook Vorst en Ukkel omvat. In september 1940 verhuist het personeel van de PLB, bestaande uit leden van de Territoriale Civiele Wacht, werklozen en gemeentearbeiders, naar de Munthofstraat 119. Albert Cranshoff wordt bij besluit van het college van burgemeester en schepenen benoemd tot hoofd van de sector Sint-Gillis. Het PLB-personeel van Sint-Gillis is te herkennen aan het ‘S-G’-logo op de armbanden die ze bij hun indiensttreding ontvangen.

Pas in 1945, wanneer de PLB alweer is veranderd (en niet voor het laatst) in het ‘Nationaal Hulpkorps’ (NHK), met hoofdkwartier in het Jubelpark, begint men professioneel personeel aan te werven. Ze maken ook gebruik van materiaal van de geallieerden (met name Amerikaanse vrachtwagens, Engelse pompen en klein Frans en Belgisch materieel).

Voorbeelden van maatregelen om bedrijven en andere instellingen te beschermen. Enkele maatregelen zijn het bedekken van witte daken, die te zichtbaar zijn vanuit de lucht, het vermijden van opvallende verlichting en het installeren van houten constructies (ijzer wordt zoveel mogelijk vermeden) gevuld met aarde, zand, mortel of beton.

In maart 1945 beslissen de Brusselse burgemeesters om de sirenes te blijven gebruiken, ondanks het verzoek van de geallieerden om ze uit te zetten. Dankzij de technische en militaire vooruitgang worden vliegtuigen immers heel vaak neergeschoten voordat ze hun doelen bereiken. Daardoor loeien de sirenes steeds meer ‘voor niets’ en dit belemmert het economische, sociale en culturele leven. Volgens dit document zijn de Brusselaars voorstanders van de sirenes, wat de burgemeesters ertoe aanzet ze toch te behouden.

Sommige instellingen zoals evenementenzalen evacueren hun bezoekers of toeschouwers niet altijd, vanwege het ongemak dat dit met zich meebrengt (en met name de nadelen op financieel vlak). Omdat het alarm de hele stad lamlegt, vinden eigenaars van zaken het soms moeilijk om hun klanten buiten te krijgen. Hierdoor verliezen ze winst, wat andere bedrijven ertoe aanzet hetzelfde te doen om concurrentieel te blijven. Het gevolg is dat de autoriteiten soms aanmaningen geven, zoals in bovenstaand document. Een ander document in de archieven van de gemeente Sint-Gillis is een reactie op deze brief en legt uit dat de verschillende politiecommissarissen en districtshoofden van Groot-Brussel de opdracht hebben gekregen ervoor te zorgen dat de veiligheidsinstructies worden nageleefd op hun grondgebied.

We sluiten dit artikel af met een dienstbevel van het gemeentebestuur van Sint-Gillis in geval van luchtalarm:

Het gemeentelijk personeel krijgt een aantal richtlijnen. Deze richtlijnen omvatten: de deuren sluiten voor het publiek, het geld in de loketten veilig bewaren en ermee instemmen om zich na sluitingstijd te ontfermen over burgers die moesten schuilen terwijl ze hun beurt afwachtten. Op de dienst Bevoorrading moet het personeel op zijn plaats blijven en het publiek blijven bedienen in het lokaal (waarvan de buitendeuren worden afgesloten wanneer het alarm afgaat)..

Bronnen

Alle archiefdocumenten komen van de Archiefdienst van de gemeente Sint-Gillis, Inventaris 17: Passieve Luchtbescherming (PLB).

Bibliographie

COLIGNON Alain. Guerre aérienne en Belgique (La). Belgium WWII. CegeSoma/Rijksarchief. [online]. . (Geraadpleegd op 3 maart 2025)

Algemene Directie Civiele Veiligheid. Historiek. [online]. . (Geraadpleegd op 6 maart 2025).

WIEVIORKA Olivier, Histoire totale de la Seconde Guerre mondiale, Parijs, Perrin/Ministère des Armées, 2023.

Laisser un commentaire